Voordat de planten beginnen uit te lopen: planten controleren, bijknippen, eventueel verjongen > te groot geworden planten delen
Woekerende waterplanten uitdunnen
Vijver controleren op draadalgen > eventueel verwijderen
Zodra het water is opgewarmd eventueel nieuwe planten in de vijver zetten
Vijver controleren op draadalgen > indien nodig verwijderen
Eventueel leidingwater* bijvullen
Afgestorven plantendelen en ingewaaid blad uit de vijver verwijderen
Vóór de algemene bladval: net over vijver en beekloop aanbrengen
Vijver ijsvrij houden > bij (aangekondigd) streng vriesweer de luchtpompen inschakelen
Bij verwachte sneeuwval het net over de vijver verwijderen, om doorzakken en inscheuren te voorkomen
----------------------
(*) De vijver is gevuld met leidingwater. Volgens de door onze watermaatschappij verstrekte gegevens is er maar een minieme hoeveelheid chloor aan toegevoegd, zodat dit hoe dan ook nooit schadelijk kan zijn (onder de max. norm van 0,25 mg/l).
De waterhardheid is in onze regio bovendien gemiddeld 10° DH (min. 8 en max. 13° DH), dus middelhard, ideaal voor planten en vissen.
Regenwater is te zuur en te zacht. De invloed van het regenwater dat rechtstreeks uit de hemel in de vijver valt is echter te verwaarlozen.
In de zomer daalt het waterpeil van de vijver, zodat bijvullen af en toe onvermijdelijk is. Dat doen we steeds in kleine hoeveelheden (± 2.000 l), om de waterkwaliteit zo weinig mogelijk te beïnvloeden. Daarvoor gebruiken we eveneens leidingwater, dat we met een tuinslang van een behoorlijke hoogte in de vijver laten stromen, zodat de ongebonden chloordelen oplossen in de lucht, en er ook wat zuurstof toegevoegd wordt aan het vijverwater.